Bereikbaarheid vraagt om samenhang én volhouden

Geplaatst op: 29 januari 2026

ORAM en Port of Amsterdam organiseerden eind januari een inhoudelijke werksessie over bereikbaarheid en goederenvervoer in het Noordzeekanaalgebied. Een bijeenkomst waarin professionals uit alle modaliteiten samenkwamen om knelpunten, kansen en afhankelijkheden in de keten scherp te krijgen.

De centrale vraag was urgent en herkenbaar: welke thema’s vragen nú extra aandacht om bereikbaarheid, betrouwbaarheid en economische kracht van het gebied te borgen?

Eén systeem, meerdere perspectieven
Wat de middag vooral duidelijk maakte, is dat bereikbaarheid niet per modaliteit kan worden benaderd. Zeevaart, binnenvaart, spoor en weg zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een verstoring of beleidskeuze op één plek werkt direct door in de rest van de keten.

Tijdens het plenaire gesprek kwamen uiteenlopende observaties samen. Over de kwetsbaarheid van nautische infrastructuur en sluizen. Over de noodzaak van voldoende back-up en planbaarheid. En over de impact die veranderingen in ladingstromen hebben op economische activiteit, investeringen en werkgelegenheid in het gebied.

Ook werd benoemd dat het economische belang van het Noordzeekanaalgebied onder druk kan komen te staan wanneer activiteiten wegvallen. Bereikbaarheid is daarmee niet alleen een logistiek vraagstuk, maar ook een strategisch vraagstuk voor de regio.

Introductie door Port of Amsterdam
Vanuit Port of Amsterdam werd het inhoudelijke gedeelde verzorgd door Alma Droog, Jan Egbertsen en Rob Smit. Alma ging in op de bredere bereikbaarheid van het Noordzeekanaalgebied. Jan lichtte het realisatiepact toe en de gezamenlijke inzet om plannen daadwerkelijk tot uitvoering te brengen. Rob schetste vanuit zijn rol als manager spoorgoederenvervoer de knelpunten en kansen op het spoor, in samenhang met internationale corridors en geplande werkzaamheden.

Samen boden zij een inhoudelijk vertrekpunt voor het gesprek in de zaal, waarin praktijkervaringen vanuit alle modaliteiten werden gedeeld.

Druk op binnenvaart, spoor en weg
In de discussie werd zichtbaar dat ook het achterlandvervoer onder druk staat. Voor de binnenvaart ging het onder meer over capaciteit, voorzieningen en de samenhang met ontwikkelingen elders in de keten. Tegelijk raakte het gesprek aan de arbeidsmarkt: hoe houd je logistieke beroepen aantrekkelijk en toekomstbestendig?

Voor het spoor kwamen knelpunten rond werkzaamheden, internationale afstemming en corridorcapaciteit aan bod. De noodzaak om beter te plannen en beschikbare ruimte slimmer te benutten werd breed gedeeld.

Bij het wegvervoer ging het over betrouwbaarheid, groei en verduurzaming. Inzicht in CO₂-effecten per route en verdere digitalisering werden genoemd als kansen om betere keuzes te maken.

Verduurzaming en digitalisering
Verduurzaming liep als rode draad door de bijeenkomst. Van duurzame brandstoffen en elektrisch vervoer tot het vervoer van gevaarlijke stoffen en het beter benutten van bestaande ruimte en infrastructuur. Digitalisering werd gezien als belangrijk hulpmiddel, mits deze daadwerkelijk bijdraagt aan planbaarheid en samenwerking in de praktijk.

Tegelijk was er aan het einde van de middag ook een herkenbaar gevoel in de zaal: veel van deze knelpunten zijn al langer bekend. De analyse is scherp. De urgentie wordt breed gedeeld. De vraag die bleef hangen: wat betekent dit concreet voor de volgende stap?

Blijven vertellen, blijven handelen
In die context sloot Patricia Wouda namens ORAM de bijeenkomst af. Met de constatering dat vermoeidheid begrijpelijk is, maar geen reden om te stoppen. ORAM blijft dit verhaal vertellen en deze gesprekken organiseren, juist om voortgang af te dwingen en samenwerking te blijven versterken.

Vervolg
De bijeenkomst van 27 januari is nadrukkelijk geen eindpunt. In een volgende sessie wordt ingezoomd op lopende projecten en programma’s, de acties die al zijn ingezet en de resultaten die op korte termijn te verwachten zijn. Daarmee verschuift het gesprek van analyse naar uitvoering, met als doel de bereikbaarheid van het Noordzeekanaalgebied stap voor stap te verbeteren.