Een nieuw bestuur voor Amsterdam – eerste reactie

Geplaatst op: 3 juni 2026

ORAM - Ondernemend Amsterdam feliciteert het nieuwe college van B&W van Amsterdam en kijkt uit naar een ondernemende samenwerking in de komende jaren.

De titel van het coalitieakkoord ‘Jouw stad is mijn stad. Ons Amsterdam‘ verwijst naar het lied van Karsu Dönmez en Stef Bos, geschreven ter gelegenheid van Amsterdam 750 jaar, met daarin de tekst ‘Jij blijft de haven waar iedereen zichzelf kan zijn’, beter kunnen we het ons niet wensen!

Onze eerste indruk van het akkoord is positief waar het gaat om de aandacht voor het toekomstige verdienvermogen van Amsterdam. Dat is hard nodig. De stad verliest de laatste jaren terrein op het gebied van economie en vestigingsklimaat en zakt weg in verschillende nationale en internationale ranglijsten. Hier ligt een belangrijke opdracht voor het nieuwe college en in het bijzonder voor wethouder Van der Horst.

Het is goed dat er nadrukkelijk wordt gekeken naar de economische toekomst van de stad. Daarbij verdient de positie van Amsterdam als tech-hoofdstad extra aandacht. Die positie staat onder druk en vraagt om gerichte investeringen, voldoende ruimte voor innovatie en een aantrekkelijk ondernemingsklimaat.

ORAM spreekt daarnaast waardering uit voor de steun aan de ambities van Havenbedrijf Amsterdam om uit te groeien tot een bloeiende green port. De haven speelt een sleutelrol in de energietransitie, verduurzaming van de industrie en de werkgelegenheid van de regio.

Ook zijn wij blij dat het akkoord aandacht besteedt aan voldoende ruimte voor bedrijven, waaronder maakbedrijven. Een economisch sterke en veerkrachtige stad heeft immers niet alleen woningen nodig, maar ook ruimte om te ondernemen, te produceren en te innoveren. Het is nu van belang dat het College de daad bij het woord voegt.

Positief is verder dat de aanpak van netcongestie hoge prioriteit krijgt en dat ondernemers daarbij nadrukkelijk worden betrokken. Zonder voldoende capaciteit op het elektriciteitsnet komen investeringen, verduurzaming en economische groei immers in het gedrang.

Tegelijkertijd zien wij een risico dat Amsterdam te veel naar binnen gaat kijken. Het stoppen met stadspromotie lijkt vooral gericht op het beperken van toerisme, maar in samenhang met andere keuzes in het akkoord – zoals de toekomst van de cruiseterminal, de beperkte groeiruimte voor Schiphol en een selectieve benadering van internationale bedrijvigheid – ontstaat het beeld van een stad die minder nadrukkelijk de verbinding met de buitenwereld zoekt. Amsterdam is groot geworden als open handelsstad, internationale havenstad en ontmoetingsplaats voor talent, bedrijven en ideeën. Juist die open blik heeft de stad gemaakt tot wat zij vandaag is.

Ten aanzien van de zeecruise zien wij mogelijkheden om het Westerhoofd in de toekomst als locatie te benutten, uiteraard in goed overleg met de daar gevestigde havenbedrijven. De financiering van een verhuizing zou daarbij geen belemmering hoeven te vormen. Een zorgvuldige en soepele verplaatsing kan rust brengen in de relatie met het Rijk en tegelijkertijd ruimte creëren voor een nieuwe bestemming van de huidige PTA-locatie.

Het akkoord bevat daarmee een aantal belangrijke aanknopingspunten voor een economisch sterk, duurzaam en ondernemend Amsterdam. Tegelijkertijd vraagt het behoud van de internationale aantrekkingskracht van de stad blijvende aandacht. Een stad die zegt “Jouw stad is mijn stad. Ons Amsterdam.” moet ook een stad blijven die met vertrouwen naar buiten kijkt. ORAM kijkt ernaar uit om hierover met het nieuwe college in gesprek te gaan en samen aan deze ambities te werken.