Lijsttrekkersdebat over ‘de ondernemende stad’
Hoe blijft Amsterdam een stad waar ondernemerschap kan groeien? Die vraag stond centraal tijdens het Amsterdams Lijsttrekkersdebat, georganiseerd door ORAM, VNO-NCW Metropool Amsterdam en MKB Metropool Amsterdam. Aanleiding was het gezamenlijke manifest van de ondernemersorganisaties, waarin zij pleiten voor een ondernemingsvriendelijke stad met ruimte voor werk, industrie en innovatie.

Acht Amsterdamse lijsttrekkers reageerden op de voorstellen uit het manifest en gingen met elkaar in debat over de toekomst van de stedelijke economie. Thema’s als ruimte voor bedrijvigheid, industriebeleid, vergunningverlening en de rol van de overheid kwamen uitgebreid aan bod.
Hoewel de politieke accenten verschilden, werd het belang van ondernemers en economische activiteit in de stad breed erkend.
“Ondernemers zijn essentieel voor de stad,” zei Anke Bakker (Partij voor de Dieren). “We staan voor schaarsteverdeling. Netcongestie, woningbouw en voorzieningen vragen allemaal ruimte. Daar moeten duidelijke keuzes in worden gemaakt, waar uiteindelijk ook ondernemers bij gebaat zijn.”
Een belangrijk thema van de avond was de ruimte voor werk in een stad waar woningbouw steeds meer terrein opeist. Volgens Sofyan Mbarki (PvdA) vraagt dat om een bredere blik op de ontwikkeling van de stad. “Er is behoefte aan woningen maar net zo hard aan bedrijfsruimte. Het is een opgave om te behouden wat we nodig hebben voor het bouwen van een complete stad.”
Ook andere partijen benadrukten het belang van bedrijvigheid in de stad en regio. Zita Pels (GroenLinks) wees op de strategische betekenis van industrie. “Juist onze industrie in onze haven hebben we nodig voor de toekomst en onze strategische onafhankelijkheid. Geef ondernemers duidelijkheid.”
Vanuit ondernemers klonk regelmatig de oproep aan de gemeente om een betrouwbaarder partner te zijn. Juliet Broersen (Volt): “Wij willen een overheid zijn die niet tegenwerkt maar waar je mee samen kan werken.”
Ook de uitvoering van beleid kwam ter sprake, met name rond vergunningverlening. Melanie van der Horst (D66) pleitte voor verbetering van de gemeentelijke processen. “Waarom levert de overheid niet op tijd een vergunning af? Daar moeten we veel meer op doen.”
Volgens Daan Wijnants (VVD) moet de stad het ondernemerschap weer nadrukkelijker omarmen. “Als ik het manifest lees, zie ik een oproep van bedrijven om meer ruimte. Herken ons, zie ons en werk met ons samen.”

Voor Rogier Havelaar (CDA) ligt de uitdaging ook op strategisch niveau. “We mogen met elkaar nadenken over hoe we Amsterdam positioneren in de wereldeconomie. Welke sectoren zijn wij het allerbeste in?”
Sytse Rijpkema (JA21) pleitte voor meer perspectief voor bedrijven. “Wij willen het perspectief terugbrengen naar ondernemers, ruimte geven voor industrie, haven en Schiphol en de samenwerking verstevigen.”
Opvallend was dat bij de stelling over een actiever industriebeleid alle partijen vóór stemden. Daarmee onderstreepten de lijsttrekkers het belang van industrie en maakbedrijven voor de economie van de stad en regio.
Aan het einde van de avond stemde het publiek zoals gebruikelijk op de beste debater. De publieksstemming werd gewonnen door Rogier Havelaar van het CDA.
Het debat liet zien dat politieke keuzes blijven verschillen, maar dat het belang van ruimte voor werk, een sterke economie en samenwerking tussen overheid en ondernemers breed wordt gedeeld.