Ruimte voor Werk: van start met eerste WERKplaats

Geplaatst op: 21 april 2026

Met een eerste WERKplaats bij Greenberg Traurig op de Zuidas is het programma Ruimte voor Werk officieel van start gegaan. In deze eerste sessie stond één vraag centraal: hoe houden en maken we in stad en regio voldoende ruimte voor werk, en welke instrumenten helpen om daar in de praktijk echt op te sturen?

De bijeenkomst bracht een brede publiek-private vertegenwoordiging bijeen. Aan tafel zaten onder meer ORAM, SITE Urban Development, Greenberg Traurig, Arcadis, AM, de gemeente Amsterdam, gemeente Haarlem, de MRA en andere professionals uit gebiedsontwikkeling, ruimtelijke economie, beleid en recht. Juist die mix maakte de sessie waardevol: verschillende perspectieven kwamen samen rond hetzelfde vraagstuk.

In de inleiding schetste Jurriaan van den Eijkhof waarom ORAM dit programma is gestart. De druk op ruimte voor werk neemt toe, terwijl de stad en regio juist plekken nodig houden voor bedrijven, voorzieningen, makers, logistiek en andere werkfuncties die het dagelijks functioneren van Amsterdam en de MRA mogelijk maken. In drie werkplaatsen wordt daarom samen met publieke en private partijen gewerkt aan oplossingen.

Jonathan de Veen van SITE Urban Development zette vervolgens uiteen dat ‘werk’ geen eenduidige categorie is. Het gaat om een breed palet aan functies, met verschillende ruimtelijke eisen, economische waarde en betekenis voor stad en regio. Dat vraagt om meer precisie in het gesprek: over welk type werk hebben we het precies, op welke plek, en met welk doel wil je het behouden, mengen of intensiveren?

Daarna lieten Marijn Bodelier en Ingeborg Wind van Greenberg Traurig zien dat het juridische instrumentarium er in de kern al is. Binnen het bestaande stelsel van beleid, omgevingsplan, vergunningverlening, erfpacht en andere publiek- en privaatrechtelijke instrumenten is veel meer mogelijk dan vaak wordt gedacht. De grootste opgave zit dus niet in nieuwe regels bedenken, maar in heldere keuzes maken, die goed vertalen naar uitvoerbaar beleid en daar vervolgens ook consistent op sturen.

In het tweede deel van de bijeenkomst werkten de deelnemers in drie groepen aan oplossingsrichtingen. Daarbij stonden drie sporen centraal: intensiveren, de juiste plek en beschermen/behouden. In de uitwerking van de groep over intensiveren kwam naar voren dat stapeling van bedrijfsruimte, sturing op type functies, collectieve voorzieningen en nieuwe vormen van beheer en exploitatie kansrijk zijn, maar dat betaalbaarheid, bouwkosten, doorlooptijd en uitvoering cruciale voorwaarden blijven.

Drie inhoudelijke inzichten sprongen eruit. Ten eerste: het juridisch kader is er al; de vraag is vooral hoe je het doel scherper definieert en de uitvoering organiseert. Ten tweede: ruimte voor werk vraagt differentiatie; niet alle werkfuncties zijn hetzelfde en niet elke plek hoeft alles te accommoderen. Ten derde: publieke en private partijen hebben elkaar nodig; zonder gezamenlijke taal, gedeelde afwegingen en realistische businesscases blijft het bij ambitie.

Met deze eerste WERKplaats is een stevige basis gelegd voor het vervolg van het programma. In de komende sessies worden de opbrengsten verder verdiept en vertaald naar concrete handelingsperspectieven voor stad en regio.